Geschiedenis van de Zusters Maricolen
In 1664 werd er te Dendermonde een zustergemeenschap gesticht door Pater Herman, een Carmeliet. Men noemde hen Maricolen, dat komt van het Latijn Mariam colere wat Mariaverering betekent. Pater Herman noemde hen "De nederige en vrije familie van de Maricolen". Zij wilden geen erkende kloosterorde zijn met voorrechten, maar gewoonweg een familie, waar ze zich, zonder geloften en slot, aan God en mekaar verbinden op volledig vrije basis. In 13 jaar tijd vinden we de Maricolen in al de grote steden van Vlaanderen: Brugge, Gent, Dendermonde, Antwerpen, Mechelen en Leuven.
Er werd ook een afdeling van de Maricolen gevestigd in Deinze met als doel: het verstrekken van onderwijs aan juffrouwen en verzorging van ouderlingen.
De Maricolen in Maldegem
In 1873 vroeg Monseigneur Brack, de toenmalige bisschop van Gent, aan de zusters Maricolen van Deinze om naar Maldegem te komen. Hun opdracht was: ‘om er onderwijs aan de kinders te geven’. Moeder Ida trok samen met enkele zusters naar Maldegem. In het begin gaven ze les in de zondagsschool. Ze hadden er maar liefst 49 kinderen onder hun hoede… In datzelfde jaar kochten kanunnik Andries en pastoor Teurrekens een stuk grond aan de Markt en in 1874 werd de eerste steen gelegd van het klooster dat nu nog het gezicht van de Maldegemse Markt bepaalt.
In 1875 voldeed de school aan alle eisen. Op het programma stonden: godsdienstige opvoeding, gewijde geschiedenis, Frans, Vlaams, koophandel, brieven, stijl, vaderlandse geschiedenis, rekenen, aardrijkskunde, lees-, schrijf- en tekenkunst. De zusters kneedden hun pupillen tot zelfstandige, breeddenkende jongedames. In 1885 werd er een mandenschool opgericht om behoeftige meisjes op te vangen. Mijnheer Van Oye van de mandenfabriek aan het station zorgde voor de nodige infrastructuur. In 1892 zorgde pastoor Bouckaert voor de komst van een weeshuis en drie jaren later bouwde hij in het Vossenhol een tweede locatie voor de zusters: een woonhuis met twee klasjes.

De uitbreiding
Net voor de Eerste Wereldoorlog kocht de congregatie bijkomende gronden aan en breidde haar gebouwen uit: er kwamen een kapel, een eetzaal, een speelzaal, een washuis en nieuwe klassen bij.
In 1923 telde de zustergemeenschap 28 leden. Ze werden alom geprezen om de goede opvoeding die ze de kinderen gaven. De opleiding zorgde ervoor dat de leerlingen een verdere studie konden aanvatten of meteen een baantje nemen bij een van de vele zelfstandigen die Maldegem toen al telde.
Algauw vonden vele mensen het een dringende noodzaak dat ook de Maldegemse jongens in hun gemeente katholiek onderwijs konden volgen. In september 1962 richtte het Sint-Vincentiuscollege daarom op de terreinen van de Broedersschool een lagere cyclus op. Ook de jongens konden nu de moderne humaniora volgen in Maldegem.
Het gemengd onderwijs
In 1978 werden het Instituut Zusters Maricolen en het college samengevoegd tot één grote gemengde secundaire school, voorwaar een unicum in de regio.
Vanaf 1980 werd geleidelijk aan het Vernieuwd Secundair Onderwijs ingevoerd: iedereen kreeg in het eerste jaar dezelfde vakken. De school barstte uit zijn voegen en werd opgesplist in drie aparte entiteiten: 2 middenscholen voor de leerlingen van het eerste en tweede jaar, het Sint-Vincentiuscollege en het Instituut Zusters Maricolen, en één bovenbouw, het Virgo Sapientiae Instituut.
Bij de invoering van de eenheidsstructuur werd er geopteerd om alle leerlingen op één locatie samen te brengen op de Markt, waardoor de locatie van het vroegere college werd verlaten en er nog één middenschool overbleef: het Instituut Zusters Maricolen.
Op dit ogenblik telt de school meer dan 700 leerlingen en biedt ze werkgelegenheid aan meer dan 80 personeelsleden. De leerlingen zijn niet alleen meer afkomstig uit Maldegem, maar vanuit alle randgemeenten en de wijde omgeving komen wagens en autobussen elke ochtend jongeren aanvoeren om onderwijs te volgen in Maldegem.