Vrije ruimte
In het lessenrooster van het 5de aso is een component Vrije Ruimte opgenomen, wat wil zeggen dat de school voor één lesuur zelf kan beslissen hoe ze dit wil invullen.
Onze school wil deze kans grijpen om het zelfstandig leren bij de leerlingen te stimuleren. In de maatschappij van morgen zullen de grenzen tussen de diploma’s immers meer en meer vervagen en zal men aangewezen zijn op levenslang leren. Kennis verwerven op school is nog steeds belangrijk, maar daarnaast moet je als jongere de vaardigheden en attitudes ontwikkelen die je een leven lang zullen helpen om zelfstandig en zelfgestuurd bij te leren.
In het vijfde jaar willen we deze competentie stimuleren via “Projectwerk”. We geven de leerlingen zelf de verantwoordelijkheid om binnen een duidelijk afgebakende opdracht een doel te realiseren. Dit Projectwerk gebeurt in groep en is vakoverschrijdend : het onderzoeksthema beperkt zich niet tot één vak maar beslaat één van de volgende vakgebieden : het levensbeschouwelijke, het sociaal-economische, taal-cultuur-geschiedenis, het wetenschappelijke.
In het zesde jaar maken de leerlingen een eindwerk. Door één lesuur van de “Vrije Ruimte” op deze manier in te vullen, willen we onze leerlingen voorbereiden op het hoger onderwijs, waar ze vroeg of laat zelfstandig aan de slag moeten en meerdere papers of scripties moeten indienen.
Het onderwerp kan de leerling kiezen in functie van zijn latere studies en sluit best aan bij een vak uit het fundamenteel gedeelte van zijn studierichting.
De leerling selecteert een onderzoeksterrein, verzamelt en ordent bronnen en verdiept zich via zelfstudie in het onderwerp om zo een eigen standpunt te ontwikkelen of een persoonlijke toets aan het eindwerk te geven. Uiteindelijk komt het erop aan de gestelde onderzoeksvragen persoonlijk schriftelijk en mondeling te beantwoorden. Bovendien moet de leerling aandacht schenken aan de lay-out en ICT-integratie.
Omdat de onderwerpen voldoende wetenschappelijk moeten worden uitgediept, heeft elke leerling ook een “promotor” naast zich, een leerkracht die vanuit zijn gespecialiseerde vakkennis van bij het begin zal adviseren, bijsturen en uiteindelijk mee evalueren. Bij de presentatie van het eindwerk zullen de promotor, de begeleider en een extern jurylid aanwezig zijn.
De leerling selecteert een onderzoeksterrein, verzamelt en ordent bronnen en verdiept zich via zelfstudie in het onderwerp om zo een eigen standpunt te ontwikkelen of een persoonlijke toets aan het eindwerk te geven. Uiteindelijk komt het erop aan de gestelde onderzoeksvragen persoonlijk schriftelijk en mondeling te beantwoorden. Bovendien moet de leerling aandacht schenken aan de lay-out en ICT-integratie.
Omdat de onderwerpen voldoende wetenschappelijk moeten worden uitgediept, heeft elke leerling ook een “promotor” naast zich, een leerkracht die vanuit zijn gespecialiseerde vakkennis van bij het begin zal adviseren, bijsturen en uiteindelijk mee evalueren. Bij de presentatie van het eindwerk zullen de promotor, de begeleider en een extern jurylid aanwezig zijn.
Onze school gelooft sterk in de mogelijkheden van het Projectwerk : het focust op de plaats van de leerling in het leerproces en het beoogt een grotere betrokkenheid van de leerling, die nu stilaan evolueert van zelfstandig werken naar zelfstandig leren. We hopen met veel motivatie van leerkrachten en leerlingen en in een krachtige leeromgeving een goed resultaat te bereiken dat niet alleen resulteert in een mooi rapport maar dat onze leerlingen vooral ook veel voldoening kan schenken.